Een plafond op een betonnen onderstructuur bevestigen

Wilt u een plafond op beton bevestigen? Hier ziet u hoe u dit kunt doen. 

Stap voor stap

Teken op de muur een lijn op het laagste niveau van de structuur

Teken op de muur een lijn op het laagste niveau van de structuur

Hiervoor gebruikt u een krijtkoord. U verkrijgt de maten door de dikte van de gipsplaat aan de gewenste hoogte van het plafond toe te voegen.

Voorbeeld: standaard 13 AK platen van 12,5 mm dik + een  plafond op 2600 mm van de grond = lijn dient op 2613 mm van de vloer getekend worden.

Meer lezen

De UD -randprofielen 28/27 op de juist maat snijden

Snij de UD-randprofielen 28/27 met een slijpschijf op maat. Snij met een breekmes de dichtingsbanden op de juiste lengte. De dichtingsbanden kleeft u vervolgens op de rug van de UD-randprofielen.
Welke slijpschijf kiezen voor het snijden van metalen profielen? Slijpschijven met een dikte van 0,8 tot 2 mm zijn aangeraden voor het snijden van metalen profielen.
Opgelet: Draag een veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen als u met een haakse slijper werkt.

Meer lezen

De UD-randprofielen 28/27 op de muren monteren

Teken met behulp van een potlood de positie van de UD-randprofielen 28/27. Zet met het waterpastoestel de UD-randprofielen 28/27 volledig pas. Schroef met een schroefmachine de UD-randprofielen 28/27 op de muren. Gebruik hiervoor pluggen en schroeven aangepast aan de ondergrond.

Meer lezen

De afhangers in de betonnen plafond bevestigen

Boor met de boormachine een eerste gat en een laatste gat op 10 cm van de rand van de muur. Vervolgens boort u om de 100 cm vanaf de rand van de muur een gat. Schroef in de betonnen plafond pluggen aangepast aan de ondergrond en bevestig de Knauf draden met oog aan de plug.
Klop de pluggen met een hamer stevig in de betonnen plafond. Trek de Knauf draden met de hand loodrecht. Druk de veer in de regelbare afhangers samen om de regelbare afhangers op de juiste hoogte in te stellen. Knip de overtollige draden met de kniptang af.

Meer lezen

De CD-profielen 60/27 in de regelbare afhangers klikken

Snij met de slijpschijf de CD-profielen 60/27 op de gewenste lengte. Klik de CD-profielen 60/27 in de regelbare afhangers. Zet met de waterpas of een laser de CD profielen 60/27 pas. Schuif met de regelbare afhangers tot de CD-profielen in de juiste positie komen.

Meer lezen

De CD-profielen 60/27 met kruisverbinders aan de basisprofielen bevestigen

Plooi de kruisverbinders haaks. Teken met potlood bij het begin en eind van de muur een streep op 10 cm van de rand. Trek op het plafond om de 40 cm van de rand een potloodstreep.
Snij met de slijpschijf de CD-profielen 60/27 op maat.
Duw de dwarsprofielen 60/27 haaks in de UD-randprofielen 28/27. Gebruik de aangebrachte potloodstrepen om de CD-profielen 60/27 op de millimeter juist te kunnen plaatsen.
Maak de CD-profielen 60/27 met de kruisverbinders vast aan de reeds gemonteerde CD-profielen 60/27. Controleer nog even met de plooimeter of de CD profielen 60/27 op de juiste afstand zijn gemonteerd.

Meer lezen

Plaatsen van het gipsplatenplafond

  1. Trek eerst met een potlood een parallele lijn op 10 mm van de rand van de plaat
  2. Trek dan een eerste lijn op 10 cm en een tweede lijn op 40 cm van de rand.
  3. Trek daarna vanaf de tweede lijn om de 40 cm een parallelle lijn. Markeer de schroefgaten om de 17 cm op de getrokken potloodlijnen.
  4. Schroef de gipsplaten in de CD 60/27 profielen. Gebruik hierbij de snelbouwschroeven Knauf 25 mm (voor gipsplaten van 9,5 en 12,5 mm dikte) en een schroefmachine met een Knauf Plus.
Opgelet: Begin in één van de hoeken.
Goed om te weten: als u de akoestische isolatie van uw plafond wilt verbeteren, kunt u glaswol isolatieplaten gebruiken. Meer info in deze klusvideo

Meer lezen

Opvoegen van de gipsplaten

  1. Maak het voegproduct Filler Pasta klaar door het te mengen met behulp van uw troffel. 
  2. Vervolgens kunt u met behulp van de troffel een eerste laag van het product aanbrengen op de voegen, zorg ervoor dat het oppervlak zo vlak mogelijk wordt.
  3. Plaats vervolgens de voegband over de hele lengte en druk deze licht aan met behulp van een spatel.
  4. Verwijder het teveel van het product door met de spatel over de voegband te strijken.
  5. Wacht totdat het product droog genoeg is om een tweede laag Filler Pasta aan te brengen op de voegband. 
  6. Vul de schroefgaten met de Filler Pasta (dit kunt u zowel voor als na het voegen van de gipsplaten doen).
  7. Wacht tot de tweede laag droog is voordat u de afwerkingslaag aanbrengt.
Als u meer wilt weten over het voegen van een gipsplaat, klik hier.

Meer lezen
Delen